Klassiek concours

Finalisten

Bijna 400 deelnemers uit heel Nederland (12 t/m 19 jaar en zang 12 t/m 21 jaar) deden mee aan de voorrondes van het Prinses Christina Klassiek Concours. 17 van hen werden geselecteerd voor de Nationale Finale. Maak kennis met ze! 

  • Op 21, 22 en 23 april zenden we de Nationale Finale uit
  • Op 24 april maakt Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden de prijswinnaars bekend.
  • Klik hier voor meer informatie

Zara le Clercq (18 jaar, Haarlem) staat maar liefst twee keer in de Nationale Finale: als solist op piano en met Trio Fidélité (viool, cello en piano). Ze vond het fijn om haar filmpje in alle rust te kunnen opnemen. Ook bereikte ze een groter publiek, door het filmpje naar familie, kennissen en klasgenoten te sturen. Een mooie bijkomstigheid!

Zara: ‘Ik vind het ontzettend gaaf om in de finale te staan! Toen ik via de livestream hoorde dat ik door was, dacht ik echt: wow! Stiekem had ik er natuurlijk wel een beetje op gehoopt, maar er zijn zoveel andere goede kandidaten. Kleine kans dat je doorgaat. Echt heel leuk dat ik ben uitgekozen.’ Zara deed al eerder mee aan het Prinses Christina Concours; toen bereikte ze de halve finale. Dit jaar kan ze voor het laatst meedoen, vanwege haar leeftijd. ‘Ik wilde heel graag nog een keer meedoen. Zeker door corona is er bijna niets meer waar je naartoe kunt werken. Het Prinses Christina Concours is ook altijd een motivatie om weer echt in een stuk in te duiken en er hard voor te werken.’

Zijn er ook voordelen aan een online concours? ‘Ja, voor mij wel. Een filmpje insturen vond ik heel fijn, want voor publiek optreden vind ik heel spannend en vaak maak ik dan meer fouten. Het was wel wennen aan de camera’s, maar ik merkte dat ik rustiger was dan wanneer er een paar honderd ogen naar me zaten te kijken.’ Zara stuurde haar filmpje naar de hele familie, die normaal gesproken niet naar de finale zouden komen omdat het te ver weg is. ‘Die familieleden hebben mij nu ook kunnen zien en ik heb echt hele leuke dingen teruggekregen. Ook van kennissen en klasgenoten die niet zo snel naar een optreden zouden komen, maar die het wel heel leuk vinden om het filmpje te zien en online te stemmen.’

Zara speelt tijdens de finale een stuk van Rachmaninov en van Saint-Saëns. Die laatste wordt volgens haar onterecht wat ondergewaardeerd. Maar als ze écht moet kiezen, voor wie gaat ze dan? ‘Als stuk of als componist? Want dat maakt nogal uit.’ Goede vraag. Zara beantwoordt gewoon beide opties: ‘Als stuk zou ik het Allegro appassionato van Saint-Saëns kiezen, omdat ik daarin veel creativiteit kwijt kan en ik het een heel speciaal werk vind. Er zijn ook weinig opnames op Spotify te vinden, dus je hebt weinig om naar te luisteren. Dan ga je juist zelf nadenken: wat wil ik met het stuk? Ik heb het gevoel dat het wat meer van mij is geworden. Als componist zou ik Rachmaninov kiezen, omdat hij pianistisch gezien zoveel grote, mooie werken heeft geschreven.’

Wat gaat ze als eerste doen na corona? ‘Dan ga ik de concertzaal weer in. Niet om zelf te spelen, maar om te luisteren. Ik ga normaal gesproken vaak naar concerten, dat is voor mij een grote inspiratiebron. Online concerten en streams zijn ook leuk, maar dat neemt wel een grote ervaring weg. Zelf in de zaal zitten en de muziek ervaren is echt een meerwaarde.’

Adam Akopian (12 jaar, Apeldoorn) speelt piano en bereidt zich voor op de finale door ook nu veel te oefenen. Hij kijkt uit naar de periode na corona. Dan wil hij graag naar Frankrijk om zijn pasgeboren neefje te bezoeken.

‘Ik vind het heel bijzonder om in de finale te staan,’ zegt Adam. ‘Ik had het totaal niet verwacht. Nu moet ik zoveel mogelijk mijn best doen en heel hard oefenen om ook de finale door te komen.’ Hij heeft veel gestudeerd op de drie stukken die hij gaat spelen. ‘Als ik me goed voorbereid ben ik zekerder van mijn zaak, dan kan ik met minder zenuwen optreden.’

Behalve een etude van Liszt speelt Adam twee stukken van Armeense componisten. Heeft hij daar een speciaal gevoel bij, omdat hij zelf ook van Armeense afkomst is? ‘Onder andere. Ik heb bijvoorbeeld het stuk van Komitas Vardapet gekozen, Garun a – letterlijk vertaald: het is lente – omdat dit stuk mij heel erg raakte. Toen ik het voor het eerst hoorde, wilde ik het ook gaan spelen. Mijn moeder had de bladmuziek, dus ik probeerde het eerst uit. Daarna ben ik écht gaan oefenen.’ Adam heeft ook zich ook in de achtergrond van deze componist verdiept. ‘Komitas is niet zijn echte naam en Vardapet betekent priester. Ik weet wel wat zijn echte naam is, maar ik kan het niet echt uitspreken. Vardapet is ook geen typisch Armeense achternaam, maar hij was wel een priester vroeger.’

Als Adam moet kiezen, zou hij dan liever spelen voor zijn docent of voor zijn vrienden? ‘Dat is best moeilijk, want ik hou wel van wat publiek. Maar mijn docent helpt mij veel meer met mijn stukken en werkt met mij op iedere noot. Dus dan kies ik toch spelen voor mijn docent.’

En optreden in concertkleding of in spijkerbroek en gymschoenen? ‘Nee, in concertkleding! Daar voel ik mij toch wel het fijnst bij. Dat geeft meer een podiumgevoel en ik ben dat ook gewend.’

Wat gaat hij als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Stel dat het voor de zomervakantie voorbij is, dan wil ik graag naar Frankrijk toe. Daar woont familie van ons en ik wil mijn pasgeboren neefje zien. Dat is het eerste wat ik zou doen. Ik heb mijn familie daar al twee jaar niet gezien. Dat is niet fijn.’

Christiaan Blom (12 jaar, Hendrik-Ido-Ambacht) had een grote rolkoffer met fluiten meegenomen naar de repetitie voor de finale. Zijn speciale blokfluittas was hij vergeten, maar gelukkig ging het inspelen toch goed. Christiaan mist het optreden heel erg. ‘Hopelijk gaat corona ooit over. Dan wil ik weer een keer live kunnen optreden, met echt publiek!’

In de video die Christiaan heeft ingestuurd, is te zien dat hij een blokfluittas bij zich draagt. ‘Ik had mijn nette kleding en mijn tasje klaargelegd, maar die ben ik dus vergeten. In principe speel ik altijd met de tas, want als ik de fluiten ergens op leg, rollen ze er constant af. Volgens mij had ik mijn tasje voor het eerst tijdens de finale van het Concertgebouwconcours. Toen wilde ik heel snel van fluit kunnen wisselen en ik was bang dat er geen pianokruk was waar ik alles op kon leggen. Daarom heb ik een tasje gekocht bij de Hornbach. Daar had ik een extra knoop in laten zetten door een schoenmaker en toen pasten mijn fluiten erin.’

Handig! Zijn er meer blokfluitisten die dat zo doen? ‘Niet dat ik weet,’ lacht Christiaan.

Met welke musicus of orkest zou hij graag eens willen optreden? ‘Ik zou heel graag samen met Lucie Horsch willen spelen. Zij is ook blokfluitiste en ik vind haar erg goed spelen. Ik vind haar ook heel aardig. Zij geeft me bijvoorbeeld tips voor blokfluiten, als ik een nieuw instrument moet aanschaffen.’ Christiaan heeft het druk met muziek. Hij speelt ook piano en een klein beetje dwarsfluit, maar de meeste tijd naast zijn schoolwerk gaat naar de blokfluit. ‘Voor de rest heb ik niet zoveel hobby’s, want met school is het de laatste tijd heel druk met toetsweken en huiswerk. Een deel is op school en een deel is thuis. Dat is wel irritant, maar het is beter dan helemaal geen les.’

Uiteindelijk wil Christiaan vooral veel optreden, liefst in het buitenland. ‘Het is wel echt mijn droom dat ik professioneel blokfluitist word, dat ik op het conservatorium ga studeren en dat ik met orkesten mag spelen in het buitenland! Er zijn veel plekken waar klassieke muziek erg leeft en er zijn veel mooie concertgebouwen over de hele wereld. Bijvoorbeeld het concertgebouw van Wenen en er is er ook een mooie in Lapland. Ik wist niet dat daar überhaupt een concertzaal was. Hopelijk gaat corona ooit over. Dan wil ik weer een keer live kunnen optreden, met echt publiek!’

Violiste Anna Maring (18 jaar, Den Haag) nam een glanzend, houten kistje mee naar de repetities voor de finale. Een direct verband met haar repertoire. ‘Het stuk van Ysaÿe draait om emoties, alle uitersten komen aan bod. Dat vind ik fantastisch. Als je het kistje dicht doet, weet je niet wat erin zit. Het is stil, net als het begin van het stuk. Dan open je het en dan zie je een diepblauwe sterrenhemel. Het stuk is ook diep en intens, als een oneindige sterrenhemel. Als je het kistje weer dicht doet, is het weer stil, net zoals het stuk eindigt.’

Anna: ‘Ik vond het verrassend fijn om voor de camera’s te spelen. Als er licht op je schijnt, komt er tegenlicht en dan wordt het heel donker om je heen. Daardoor kan ik me heel goed focussen. Ik mis wel de interactie met het publiek. Dat je opkomt en even naar de zaal kijkt. Het gevoel dat je met elkaar muziek luistert en ervan geniet, dat is er nu natuurlijk niet. Maar die focus vond ik fijn.’

Zijn er ook voordelen aan een online concours? ‘Voor mij was het nu meer ontspannen: een paar keer het filmpje opnemen, even rustig luisteren, opsturen. Anderzijds is het natuurlijk veel minder gepassioneerd op video. De sfeer gaat een beetje weg, de noten blijven vooral over en de spanning is zoek. Iets naars van opnames is dat je echt op elke noot gaat letten! Je beluistert jezelf tien keer terug en denkt: jee, die noot… Bij live spelen maakt het niet uit, iedereen vergeet die noot weer, je speelt er gewoon overheen en mensen onthouden alleen het mooiste gedeelte. Zelf vind ik het toch fijner als het live is en dat de jury er in de finale in ieder geval bij is.’

Als Anna moet kiezen, zou ze dan liever spelen voor haar docent of voor haar vrienden? ‘Voor mijn docent, denk ik. Ik speel sowieso niet veel voor vrienden. En ik leer zo waanzinnig veel van mijn docent. Van elke les kan ik een verslag schrijven. Ze coacht me in alles, ik heb het gevoel dat ik nooit uitgeleerd raak bij haar! Ik word altijd helemaal blij van de les.’ Zodra corona voorbij is, wil Anna weer vaker met haar vrienden afspreken. ‘Dat je het sociale leven weer kunt oppakken. Dat je weer naar een feestje kan gaan. Veilig met je vrienden kunnen zijn zonder zorgen.’

En haar grootste droom op muzikaal gebied? ‘Ik wil altijd uitvoerend musicus blijven. Mijn droom is om het Vioolconcert van Brahms een keer te spelen, met een heel goed orkest. Ook zou ik graag met een ensemble willen samenspelen en op tournee gaan. Zolang ik maar concerten kan blijven geven.’

Julian Jeukendrup (14 jaar, Velp) speelt viool. Hij koos onder meer voor een werk van de onbekende componist Vecsey. Eén noot in het stuk deed hem denken aan het schilderij De Schreeuw van kunstschilder Edvard Munch. ‘Dit schilderij past goed bij de tijdsperiode van de stukken en ook bij dat van Vecsey. Daar zit één mooie noot in en dat is echt een schreeuw!’

Julian: ‘Ik had dat stuk van Vecsey gehoord, gespeeld door een cellist, gek genoeg. Ik vond het een heel mooi stuk en toen hebben we opgezocht wat het was. We kwamen erachter dat het eigenlijk voor viool was geschreven. Dat wilde ik ook spelen. Het stuk past ook goed bij de Kreisler, het andere werk dat ik speel. Het lijkt me ook leuk om in de toekomst meer werken van onbekendere componisten te gaan spelen.’ Julian nam een afbeelding van De Schreeuw mee naar de repetities. Hij heeft vooral belangstelling voor architectuur, maar zeker ook voor schilderijen. Rembrandt en Vermeer vindt hij goede schilders, hoewel hij niet echt een favoriet heeft.

Zijn er ook voordelen aan een online concours? ‘Ja, vast wel. Er kunnen misschien meer mensen meedoen, want er was geen limiet?’ Dat klopt inderdaad. ‘Door een concours word je misschien ook wel beter, doordat je meer gaat studeren. Dan gaan er dus meer mensen beter spelen, zo zou je het kunnen zien.’

Voor zichzelf vond Julian het wel jammer dat er geen publiek bij was. Toch zou hij liever voor zijn docent spelen, als hij moet kiezen tussen spelen voor familie en vrienden of zijn docent. ‘Omdat ik dan weer iets nieuws kan leren. Mijn docent weet altijd wel iets dat ik kan verbeteren.’

En liever optreden in concertkleding of in spijkerbroek en sneakers? ‘Tja, dat is heel moeilijk. Ik denk toch liever concertkleding, niet omdat het lekkerder zou zitten, dat is niet het geval, vind ik. Maar op de een of andere manier past het bij elkaar: muziek en er een beetje netjes uitzien.’

Wat is zijn grootste droom op muzikaal gebied? ‘In ieder geval een concours winnen. Dat zou ik erg leuk vinden. Ik had totaal niet verwacht dat ik een prijs zou winnen op het regioconcours. Maar ook in een grote zaal spelen, met veel publiek: ja, geweldig.’

Het duo Kira van der Woerd (15 jaar, Voorburg) en Philip Karmanov (16 jaar, Maarssen) werd verrast met een eerste prijs op het regioconcours. Nu zitten we wel een beetje aan elkaar vast, dachten ze. Maar ook: zeker in deze tijden is het fijn om met z’n tweeën te mogen spelen.

Kira (viool) en Philip (piano) leerden elkaar kennen op de Academie Muzikaal Talent, waar ze allebei al enkele jaren lessen volgen. Philip: ‘We waren vorig jaar uitgenodigd voor een tournee in Rusland. Daarvoor hadden we een duo gevormd, om in plaats van alleen maar solo te spelen ook wat samen te doen. De tournee ging helaas niet door. Rusland had de grenzen dichtgegooid vanwege corona. We besloten het samenspelen toch door te zetten, want het leek ons ook gewoon leuk.’

Kira: ‘Het klinkt misschien een beetje gek, maar toen we hoorden dat we een eerste prijs hadden gewonnen, dachten we: oh, dat is onverwacht, we zitten nu wel een beetje aan elkaar vast! Maar we zijn hier natuurlijk ook aan begonnen om het voort te zetten. We hadden ook plannen om met z’n tweeën naar een festival in België te gaan. Dus we willen wel graag met z’n tweetjes door.’

Zouden ze liever voor hun docent willen spelen of voor vrienden en familie? Kira, direct: ‘Docent.’ Philip: ‘Ik zou het echt niet weten! Voor vrienden en familie zou het leuk zijn om het één keer te doen. Dus als je echt iets goed hebt voorbereid, om te laten zien: dit kan ik. Voor een docent spelen is nuttiger. Want die kan aanwijzingen geven en je helpen om het nog beter te spelen. Je vrienden zitten gewoon te klappen, ook al is het verschrikkelijk slecht gedaan!’ Kira: “Ik zou het graag voor mijn docent willen spleen. Ook omdat zij het hartstikke druk heeft, dus het zou fijn zijn als ze in de zaal zit. Voor familie en vrienden vind ik altijd heel oncomfortabel, omdat je weet dat je deze mensen altijd terug zult zien. Er is altijd een herinnering aan dat moment.’ Philip: ‘Het is leuker mét familie en vrienden, dan vóór familie en vrienden. In een ensemble bijvoorbeeld.’ Moeten die vrienden en familie wel muzikaal zijn natuurlijk, lachen ze.

Wat gaan Kira en Philip als eerste doen na corona? ‘Eindeloos repeteren’, lacht Kira. ‘Constant met andere mensen muziek maken! Dat mis ik echt heel erg. Als ik nu terugkom van een repetitie, ben ik super geïnspireerd. Het is dan echt een klap in je gezicht als het allemaal weer online moet, na één live repetitie. Dus zodra dit voorbij is: repeteren, repeteren, repeteren!’ Philip: ‘Daar is het festival ook voor. In België gaan we twee weken lang kamermuziek maken. In juli-augustus is dat.’

Kira: ‘Natuurlijk wel binnen alle coronamaatregelen.’ Philip: ‘Het is niet voor de camera, het is echt met elkaar. ‘De leerlingen die niet spelen zitten dan in de zaal. Dan kun je stukken luisteren, dat is ook inspirerend’, vertelt Kira. ‘Ik ben vorig jaar ook geweest, het is hartstikke gaaf. Je zit daar echt in een bubbel van ongeveer 40 mensen. Dat zijn dan ook de enige mensen met wie je omgaat in die twee weken.’ Philip: ‘Je gaat daar ook niet weg in die twee weken. Dus na een week als niemand positief is, kunnen we mooi de maatregelen afschaffen.’

Zara le Clercq (18 jaar, Haarlem) Alice van Binsbergen (17 jaar, Amsterdam) en Jertil Oláh (17 jaar, Hilversum) vormen Trio Fidélité met piano, viool en cello. Ze werden door hun docenten op het conservatorium aan elkaar gekoppeld. Dat bleek een gouden greep, want ook op persoonlijk vlak klikt het goed.

Alice: ‘We hebben elkaar leren kennen op de Sweelinck Academie, de jong talentafdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Wij zijn daar samen in een ensemble geplaatst. Dat vonden we meteen heel leuk. De docenten bedenken dan een indeling voor nieuwe ensembles, die kijken wie qua klank en leeftijd goed bij elkaar passen.’ Zara: ‘Toen dachten we: het Prinses Christina Concours komt er weer aan, misschien is het leuk om ergens naartoe te werken? We besloten mee te doen.’

De drie vonden bij toeval het Pianotrio van de minder bekende componiste Germaine Tailleferre. Alice: ‘Mijn vader was aan het scrollen op internet. Hij vond dat stuk en liet het mij horen, zo van: dit is echt supermooi, onthouden om ooit te kunnen spelen. Het leek mij leuk om dit met het trio te spelen. Heel anders dan wat we al hadden gedaan.’ Zara vult aan: ‘Wij vonden het ook meteen heel mooi klinken.’ Jertil: ‘Ik dacht eerst: waar gaat dit naartoe? Al die lijnen. Maar uiteindelijk snapte ik het wel.’ Zara: ‘Als je het voor de eerste keer hoort, klinkt het abstract. Het is daardoor wel een leuke uitdaging.’

Met welke beroemde musicus zouden de ensembleleden ooit graag willen samenspelen? Zara: ‘Ik dacht zelf meteen aan Mischa Maisky. Dat zou wel heel gaaf zijn; hoe hij muziek maakt!’ Jertil: ‘Vind je hem ook de beste cellist?’ Zara: ‘Weet ik niet, maar ik vind hem wel inspirerend. Lastig, dit!’ Alice: ‘Ik denk met Janine Jansen. Ik vind haar enorm inspirerend en ook de manier waarop zij samenspeelt, haar lichaamshouding en muzikale ingevingen, die vind ik heel mooi.’ Jertil: ‘Ik denk aan een cellostuk voor twee cellisten, met Rostropovich. Dat lijkt me wel echt heel gaaf. Ik vind hem zo mooi spelen, alle lijnen die hij doet. Dan wil ik dat eigenlijk ook leren door met hem samen te spelen.’

Wat zouden ze als ensemble willen bereiken op muzikaal gebied? Zara: ‘Dat je zo goed op elkaar bent ingespeeld, dat je elkaar helemaal aanvoelt, qua klank en muzikaal gezien. Als dat goed gelukt is bij ensembles, vind ik dat heel bijzonder.’ Alice: ‘Dat je elkaar heel goed leert kennen en weet hoe iemand speelt. Wij zijn vrij nieuw met elkaar, maar wij klikken buiten het spelen persoonlijk ook goed. Ik begin nu steeds meer te begrijpen hoe iedereen speelt en hoe je een mooie klank krijgt met elkaar.’ Jertil: ‘Het spelen wordt ook steeds leuker met elkaar.’

Alice: ‘Het is heel gezellig, we hebben altijd de slappe lach. Plezier hebben is ook een doel.’ Zara: ‘Uiteindelijk is dat ook heel belangrijk voor de muziek.’

Francisca Galante (17 jaar, Weesp) vindt de klank van de altviool de mooiste die er is. Een jaar geleden verhuisde ze van Lissabon naar Amsterdam om daar aan het conservatorium te studeren. Dit bevalt haar goed. Alleen het samenspelen in een groot orkest, dicht bij elkaar, mist zij heel erg.

Tijdens de repetitie voor de finale speelde Francisca voor een paar mensen, omringd door camera’s. ‘Het was superleuk! In het begin was het wel overweldigend met de camera’s en het licht, want ik had nog niet eerder zoiets gedaan, maar het was een goede ervaring. Ik speel meestal met mijn ogen dicht. Dat is beter voor mijn concentratie en om te focussen op mijzelf en mijn altviool. Dus het was niet moeilijk om de camera’s te vergeten.’

‘De klank van de altviool is het mooiste geluid dat er is,’ zegt Francisca. ‘Ik werk nog steeds aan een betere klank, maar het is zo diep en zo zoet….’ Haar moeder geeft muziekles aan baby’s en kinderen en nam de kleine Francisca als baby al mee. Op haar derde begon ze met viool, maar na een paar jaar switchte ze naar altviool. Nu studeert ze aan het Conservatorium van Amsterdam. ‘Ik ben gefascineerd door deze stad en de altvioolklas heeft een heel hoog niveau. Ook het klimaat op het conservatorium is fantastisch. Iedereen helpt elkaar, niemand oordeelt. Dat is de beste manier om jezelf te verbeteren en te groeien als musicus.’

In Portugal speelde Francisca altijd in een orkest. ‘Ik mis vooral dat je dicht bij elkaar kunt zitten in de altvioolsectie. Als er nu samengespeeld wordt, zit iedereen ver van elkaar en heeft iedereen zijn eigen lessenaar. Dat is echt anders dan wanneer je samen van hetzelfde blad leest. Het delen van dezelfde gevoelens, dat mis ik erg. Op een dag wil ik in een grote concertzaal spelen, waar veel mensen komen luisteren die genieten van mijn spel. Ik wil graag een groot publiek bereiken en emoties overbrengen.’

Zijn er ook voordelen aan een online concours? ‘Ik denk dat er nu een groter bereik is via social media dan wanneer het live was geweest. En dat is goed! Veel meer mensen krijgen nu de mogelijkheid om te luisteren naar onze muziek. Of het voordelen heeft voor mezelf? Ik houd erg van spelen voor publiek. Om dan na afloop de blije gezichten van de mensen te zien. Spelen voor de camera is niet iets dat mijn voorkeur heeft, maar nu is het wel een kans. Misschien gaat deze opname wel mijn leven veranderen!’

Thomas Prchal (16 jaar, Utrecht) speelt cello én componeert. Hij speelt regelmatig zijn eigen composities, maar voor de Nationale Finale koos hij een sonate van Ligeti. Als hij echt zou moeten kiezen, wordt het dan componeren of cellospelen?

‘Het was supergaaf om in Gasthuis Leeuwenbergh op te treden. Extra leuk ook om weer een concert te geven, ondanks dat er geen publiek was. Weer eens wat anders dan voor je ouders spelen, want dat doe ik bijna elke dag,’ vertelt Thomas. Hij won al eerder prijzen bij het Prinses Christina Compositie Concours. ‘Al heel jong ben ik begonnen met improviseren en componeren, en ik voer ook vaak mijn eigen composities uit. Ik heb het gevoel dat het publiek mij beter leert kennen als ik een eigen stuk speel. Dat is ook wel een doel, om je persoonlijkheid laten zien, en mensen waarderen dat vaak. Daarom kies ik er meestal voor om eigen composities te spelen. Maar voor dit concours wilde ik als cellist optreden met een repertoirestuk.’

Als Thomas écht zou moeten kiezen, gaat hij dan voor componeren of cellospelen? ‘Ja, jeetje… ik denk dat ik dan toch voor cellospelen kies, want muziek maken is toch wel speciaal. Als ik alleen zou componeren, zou ik nooit zoveel spelen, behalve een beetje op de piano pingelen. Zonder muziek maken word ik denk ik heel ongelukkig. Maar eigenlijk wil ik natuurlijk allebei doen!’

Is er ook iets anders waar hij heel blij van wordt? ‘Het componeren natuurlijk en op school vind ik geschiedenis heel interessant. Voornamelijk als je verbanden ziet tussen de geschiedenis en wat er nu gebeurt, daar kan ik heel enthousiast van worden. Ook vind ik reizen heel leuk, en vliegen! Vroeger wilde ik ontzettend graag piloot worden. Toen ik een jaar of vijf was en we gingen met het vliegtuig, kwam ik altijd in mijn pilotenpak. Dan werd er weleens omgeroepen: ‘wil piloot Thomas naar de cockpit komen?’ Nu is dat officieel verboden, maar toen mocht ik tijdens de vlucht even kijken. Mensen vroegen dan: oh, jij wil piloot worden? Dan zei ik: nee, ik bén al piloot! Ik was dus heel erg gepassioneerd en daar is zeker nog wat van over, alleen is vliegen helaas ontzettend slecht voor het klimaat. Ik hoop dat ze op een gegeven moment een duurzame oplossing vinden. Piloot worden kan niet meer, want ik heb op school een cultureel pakket gekozen en daar moet je natuurkunde voor kunnen. Wie weet kan ik ooit nog mijn vliegbrevet halen,’ lacht Thomas. ‘Maar wel onder de voorwaarde dat het niet schadelijk is voor het klimaat, anders vind ik het niet zo’n goed idee.’

Wat gaat Thomas als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Ik mis wel echt een goede, leuke zomercursus. Met veel mensen. Kamermuziek maken mis ik ook heel erg. Dat heb ik wel een beetje gedaan, maar dat voelt nu echt anders. Dan moet je na de repetitie meteen weer weg en zo min mogelijk contact hebben. Dus met een groep weer muziek maken, ergens naartoe reizen en dan voor een volle zaal spelen!’

Adinda van Delft (12 jaar, Berkel en Rodenrijs) speelt viool en wilde al heel lang meedoen aan het Prinses Christina Concours, maar ze was steeds te jong. Dit jaar kon het eindelijk. Ze trad al regelmatig op met haar broer Matthijs (gitaar). Vorig jaar nog in hun eigen achtertuin voor een speciale Koningsdag-uitzending van Podium Witteman. In de Nationale Finale speelt Adinda Zigeunerweisen van De Sarasate.

Hoe was het om te repeteren voor de finale, voor alle camera’s? ‘Het ging goed! Ik vond het wel fijn om even de ruimte te voelen. Het was natuurlijk wel anders, want nu was de camera eigenlijk je publiek, maar het wende wel.’ Adinda nam een klein, glazen wereldbolletje mee naar de opnames. Een directe link met haar repertoire. ‘Het stuk dat ik speel, Zigeunerweisen, gaat natuurlijk over zigeuners en die reizen rond de wereld. Ze trekken van woonplek naar woonplek. Dat deed me denken aan de wereld en daarom heb ik deze wereldbol meegenomen.’

Als Adinda moet kiezen, zou ze dan liever spelen voor haar docent of voor publiek? ‘Ik denk toch voor publiek, want dat doet iets met je. Voor je docent spelen doe je altijd tijdens de les, dus dat is al redelijk normaal. Je publiek is telkens anders. Je kan er ook nooit aan wennen, het is altijd een leuke nieuwe ervaring.’

In de periode voor corona werden Adinda en haar broer af en toe gevraagd om in verzorgingstehuizen op te treden voor de bewoners. Iets waar ze heel blij van wordt. ‘Tijdens corona heb ik dat ook een keertje gedaan, maar dan in de tuin. De bewoners waren in hun kamers met de ramen open mee aan het luisteren. Dan zie je wel dat ze er blij van worden, wat mij dan ook weer blij maakt. Dat geeft me een warm gevoel.’

Wat gaat ze als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Dat is een moeilijke vraag. Ik denk dat ik naar een concert in een hele grote zaal zou gaan, het Concertgebouw bijvoorbeeld, want dat heb ik wel gemist. Het geeft een bijzonder gevoel als je in zo’n zaal zit, het orkest dat speelt met een solist; dat verbindt mensen. Zeker als je daar met z’n allen mag zijn, in plaats van een live stream.’

Michelle Kumara (13 jaar, Den Haag) begon op vierjarige leeftijd met vioolles. Nu droomt ze van optreden in het Concertgebouw, of misschien wel in het buitenland met een heuse wereldtournee. Zolang ze maar voor publiek kan spelen, dat is het belangrijkste.

Hoe was het om te repeteren voor de finale, voor alle camera’s? ‘Het ging heel goed! Ik raakte er meer aan gewend, terwijl ik aan het spelen was. Soms doe ik ook mijn ogen dicht, dus dan merk ik bijna niet dat de lichten en camera’s er zijn.’ Michelle vindt dat een online concours zeker voordelen heeft. ‘Als het even niet goed gaat, kun je het weer opnieuw doen. Dat is wel fijn. Ook ben ik minder zenuwachtig, want je speelt niet echt voor de jury. Ja, je speelt uiteindelijk wel voor de jury, maar dat merk je minder.’

Als Michelle moet kiezen, zou ze dan liever spelen voor haar docent of voor publiek? ‘Je docent kan toch ook in het publiek zitten?’ Dat is helemaal waar…Michelle vervolgt: ‘Publiek is leuk, dus ik zou voor publiek kiezen. Want je hebt al vaker voor je docent gespeeld en die weet dan al hoe het eruit ziet. Als je voor publiek speelt, kun je het ook echt aan de wereld laten zien.’

Dat laatste zou natuurlijk geweldig zijn. Michelle droomt voorzichtig van een ‘wereldtour-achtig iets’. Of het Concertgebouw in Amsterdam. Een mooie ontwikkeling, die begon met een proefles bij het CKC Zoetermeer. Michelle vertelt dat ze daar op haar vierde naartoe ging, samen met Marcel Sutedja. Leuk detail: Marcel speelt ook viool en won een tweede prijs op het regioconcours in Rotterdam.

En zou ze dan liever willen optreden in concertkleding of in haar dagelijkse outfit? ‘Het gevoel van een concert geven heb ik wel meer in concertkleding, maar het is wel chiller in normale kleding. Als ik al een tijdje heb gespeeld in concertkleding, voel ik al niet meer dat het concertkleding is. Dan ben ik er al aan gewend en voel ik me tijdens het spelen net zo prettig als in normale kleding.’

Lilianne Vossen (14 jaar, Amsterdam) wil later graag een stuk van haar opa spelen, een ‘toch wel beetje beroemde’ Georgische componist en pianist. Ze hoopt dat haar pianospel hem ook trots zal maken. Uiteindelijk wil Lilianne zich vrij voelen in haar spel en in een mooie zaal spelen.

Lilianne: ‘Dit is de eerste keer dat ik meedoe. Ik weet eigenlijk niet hoe het normaal gesproken gaat, maar alles is heel goed geregeld. Je wordt goed begeleid en het is allemaal heel leuk. Het is een bijzondere ervaring.’ In de regiofinale heeft Lilianne een masterclass gewonnen bij een Nederlandse musicus. Weet ze al bij wie ze die wil volgen? ‘Ik denk dat ik die ga volgen bij mevrouw Mila Baslawskaja. Zij heeft me ook geholpen met het inzenden van de video. Ik heb al les bij haar en ze heeft me echt helpen groeien.’

Als Lilianne moet kiezen, zou ze dan liever spelen voor haar docent of voor publiek? ‘Oeh, dat is een moeilijke. Ik denk voor publiek, omdat je dan echt het verhaal kan vertellen aan meerdere mensen en dat is wel het doel.’ Uiteindelijk zou ze wel in een mooie zaal willen spelen, met een goed orkest. ‘Dat ik me vrij kan voelen in mijn spel. En dan… losgaan!’ lacht ze.

Wat gaat ze als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Met vrienden afspreken, een beetje op vakantie, dat zou wel leuk zijn. En natuurlijk weer normale concerten en dat ik weer les kan hebben op het conservatorium op een echte vleugel. Ja, dat mis ik wel een beetje.’

Op de vraag of er iemand is die zij bewondert, geeft Lilianne een bijzonder antwoord. ‘Ik ben half Georgisch en mijn opa – de vader van mijn moeder – was in Georgië een groot componist en ook pianist. Ik heb hem niet gekend, maar mijn moeder vertelt altijd verhalen over hoe hij was. In Georgië was hij wel een beetje beroemd, ja. Hij heeft veel stukken geschreven, niet alleen voor piano, maar ook voor andere instrumenten. Ik wil later ook één van zijn stukken kunnen spelen. Voor hem doe ik het wel een beetje, om hem trots te maken.’

Niels Lukkesen (16 jaar, Hamont, België) speelt bastuba, ‘een machtig instrument’. Tijdens de Nationale Finale speelt hij een werk uit de barok – een hele uitdaging om dat op een instrument te spelen, dat eeuwen later is ontworpen. Hij nam ook een bijzonder item mee dat past bij zijn repertoire: dansschoenen.

Niels: ‘Mijn stuk bestaat eerst uit een inleidend deel en dan drie dansen. Hofdansen uit de barok, waarop door de adel gedanst werd. Daarom leken mij deze dansschoenen wel toepasselijk. Het zijn geen schoenen uit die tijd natuurlijk, maar het heeft wel met klassieke dans te maken. Ze zijn van mijn achternichtje die op de balletschool in Antwerpen zit, en die heb ik meteen gevraagd of ik haar schoenen even kon lenen.’

Hoe kwam hij erbij om bastuba te gaan spelen? ‘Ik heb eerst zes jaar trompet gespeeld. Dat ging redelijk, maar het werd nooit echt bijzonder. Vooral in de hoogte ging het eigenlijk niet zo goed. Mijn docent stelde voor om iets van laag koper te kiezen. Toen zei ik direct: als ik dan toch ga switchen, kies ik bastuba. Ik vind dat een machtig instrument: die klank, die lage noten, en om een orkest eigenlijk volledig te dragen – dat heeft toch wel indruk op mij gemaakt.’

Niels speelt pas twee jaar bastuba. Is het handig om wat ouder te zijn, qua longinhoud? ‘Als je met vijf jaar begint op tuba, is het meer een instrument met een kindje,’ lacht Niels. ‘Dus je hebt wel wat volume nodig, maar dat had ik wel mee. De longinhoud is nog wel een beetje werken bij mij.’ Kun je nog lager dan de bastuba? ‘Nee, da’s wel het laagste. Je hebt wel verschillende stemmingen, zoals je ook verschillende saxofoons hebt. Ik heb dan nog wel een van de hogere.’

In de regiofinale heeft Niels een masterclass gewonnen bij een Nederlandse musicus. Hij weet al precies bij wie hij deze wil gaan volgen. ‘Bij Perry Hoogendijk. Dat is de solo-tubaïst van het Concertgebouworkest en hij geeft ook les aan het Conservatorium van Amsterdam. Volgens mij hoort hij echt bij de top van de bastuba’s in de wereld.’

Waar wordt Niels echt heel blij van? ‘Van heel veel dingen! Dat kan zijn van iets met muziek, zoals een wedstrijd winnen of een mooi concert spelen met een orkest, of iets kleins, zoals een wandeling in het bos met mooi weer, daar word ik ook vrolijk van. Zolang het maar met de juiste mensen is, met vrienden en familie samen zijn.’ In deze tijden mist Niels het samenspelen met andere mensen ook. ‘Als corona voorbij is, zou ik als eerste gaan repeteren, denk ik. Ik speel ook bij een aantal harmonies en fanfares in België en dat valt ook allemaal weg. Niet alleen de muziek, maar ook de mensen mis ik heel erg. Na de repetitie even blijven hangen bij de bar, dat mis ik wel. Nu ligt alles stil.’

Jappe Dendievel (16 jaar, Oostkamp, België) begon als kind op viool, maar koos uiteindelijk voor de fagot. In eerste instantie omdat er weinig fagottisten zijn en hij daardoor sneller in een orkest zou kunnen spelen. Nu is de fagot hem dierbaar. Zijn droom is fagottist worden in een orkest.

Het was voor Jappe een totale verrassing dat hij in de Nationale Finale belandde. Hij deed voor het eerst mee aan het Prinses Christina Concours. ‘Ik had geen idee! Ik heb mijn best gedaan met de opname en deze gewoon ingestuurd, en ik zou wel zien wat er ging gebeuren.’ Jappe nam zijn video op in het Conservatorium van Antwerpen, waar hij ook studeert. Hoe vond hij het om in Gasthuis Leeuwenbergh te repeteren voor de finale? ‘Zeer interessant. De locatie waar ik mijn inzending heb opgenomen is compleet anders, dus dat was wel even aanpassen qua akoestiek, ritme en tempi.’

Jappe begon al op driejarige leeftijd met vioolspelen. Hoe kwam hij dan bij fagot? ‘Dat is misschien wel een grappig verhaal. Mijn oudste broer is dirigent en studeert in Duitsland. Na een paar jaar vioolspelen, moest ik besluiten met welk instrument ik verder ging. Mijn broer zei dat er weinig fagottisten zijn in de muziekwereld. Daarom ben ik met fagot begonnen en uiteindelijk is dat een instrument geworden dat nauw aan mijn hart ligt.’

In de regiofinale heeft Jappe een masterclass gewonnen bij een Nederlandse musicus. Weet hij al bij wie hij deze wil gaan volgen? ‘Dat is een moeilijke keuze, dat weet ik nog niet. Ik heb al bij een aantal Nederlandse musici les kunnen volgen, zoals bij Gustavo Núñez van het Concertgebouworkest, en dat was zeer interessant. Misschien opnieuw bij hem of bij een andere leerkracht.’ Iemand van wie Jappe in het buitenland graag les zou willen, is Sergio Azzolini. ‘Dat is zo’n beetje de meest bekende fagottist ter wereld. Ik heb twee keer een masterclass bij hem mogen volgen. Ongelooflijk dat hij ondanks zijn bekendheid, zo vriendelijk en open is en op zo’n intensieve manier lesgeeft. Hij is barokspecialist en hij speelt altijd op oude instrumenten, dus dat zal heel interessant zijn. Ik wil ook graag barok fagotteren.’

Normaal gesproken zou Jappe in deze periode concerten geven met het Nationaal Jeugdorkest van Vlaanderen, waarvoor hij in 2020 geselecteerd werd. Na corona wil hij graag weer een concert voor een volle zaal kunnen geven, zeker in orkestverband. Uiteindelijk is dat ook zijn grootste muzikale droom: ‘Fagottist worden in een orkest. Om in een toporkest te spelen met andere muzikanten, op zeer hoog niveau. Misschien het Concertgebouworkest?’

Steije Maurer (16 jaar, Nieuwegein) is slagwerker en speelt op marimba onder andere een stuk van de Japanse componist Sueyoshi. Dit werk is in opdracht geschreven van Keiko Abe, de wereldberoemde ‘marimba-goeroe’. Steije kocht op achtjarige leeftijd zijn eerste grotere marimba op Marktplaats. Nu regelde hij alles zelf voor zijn inzending voor het Prinses Christina Concours.

Steije deed al eerder mee aan het concours, dus hij weet hoe het pre-corona ging. Toch ziet hij zeker voordelen aan een online concours. ‘Als je echt musicus wilt worden, krijg je sowieso te maken met opnames. Ik heb ook geleerd hoe je dat soort dingen regelt. Dit seizoen deed ik ook samen met een vriend van mij mee (Joep de Mooij, marimba. Ze wonnen samen een derde prijs in Rotterdam). We hebben in Den Haag veel mensen om hulp gevraagd. Op het conservatorium heb je een Art of Sound-afdeling en daar hebben we ook vragen gesteld. Dan leggen zij je uit hoe dingen werken. We hebben zelf microfoons geregeld, programma’s, camera’s en ruimtes via het conservatorium. Dat proces vond ik heel leuk om te doen. We waren wel een beetje bang met het vastleggen, want er kan zomaar iets fout gaan. Een week voor onze opname hadden we een goed opnameapparaatje, maar die ging stuk terwijl we aan het spelen waren. Een week later hadden we iets van vijf verschillende back-ups, want er was natuurlijk ook een deadline.’

Tijdens de Nationale Finale speelt hij behalve Bach ook een stuk van de Japanse componist Sueyoshi. Dit werd in opdracht geschreven van de Japanse marimbaspeler Keiko Abe. Steije ontmoette haar op het marimbafestival Kalima. ‘Zij is nog altijd een voorbeeld voor mij. Ze heeft zo’n beetje alle componisten in Japan opdracht gegeven om een stuk voor haar te schrijven. Ze heeft ervoor gezorgd dat Yamaha ook marimba’s is gaan bouwen. Ze heeft zo’n groot repertoire gemaakt, ze is de wereld rondgegaan en heeft opnames gemaakt om de marimba te introduceren als solo-instrument. Die passie en die energie om dat te doen, vind ik heel inspirerend. Ze is ook een bijzondere speelster. Toen zij nog jonger was, kon zij dingen met die stokken, dat was toen heel bijzonder. Nu heeft zich dat allemaal ontwikkeld en zijn er meer musici die dat kunnen. Waar ik haar heel goed in vind, is dat altijd als zij het podium op komt, er echt iets gebeurt. Ze heeft altijd de concentratie en energie. Toen ik haar zag spelen was ze ongeveer 85. Dan komt ze echt als een oud dametje op, maar als ze daar eenmaal staat, komt er een volume uit die marimba! Zij speelt nog elke dag.’

Het moge duidelijk zijn: Steije is erg gepassioneerd over de marimba. Maar er zijn ook een heleboel andere dingen die hij leuk vindt. ‘Ik doe eigenlijk van alles op het moment: ik speel marimba, slagwerk, een beetje piano, ik hou erg van orkestmuziek, maar ook van moderne en barokmuziek. Dus eigenlijk zijn er nu zoveel leuke dingen dat ik nog niet kan kiezen! Ik wil in ieder geval voor de rest van mijn leven elke dag met muziek bezig zijn, met wat voor muziek dan ook.’

Ensemble Fier bestaat uit vier zangers: Sophia Faltas, mezzosopraan (19 jaar, Den Haag), Wilko Koekoek, countertenor (20 jaar, Groningen), Twan van der Wolde, tenor (19 jaar, Roden) en Jitze van der Land, bariton (21 jaar, Groningen). Juist in het coronatijdperk besloten ze samen te gaan zingen – in kleine bezetting is dat makkelijker dan in een koor. Ze waren van plan zelf een concert te organiseren, maar deze mijlpaal werd vanzelf bereikt doordat ze een concertprijs wonnen tijdens de regiofinale.

Hoe hebben de leden elkaar leren kennen? ‘Oude jongens krentenbrood’, lacht Wilko. Hij wijst naar Twan en Jitze. ‘Wij drieën kennen elkaar van het zingen bij een jongenskoor, daar zijn we allemaal op jonge leeftijd begonnen. Twan en ik bij het Roder Jongenskoor en Jitze bij het Martini Jongenskoor Sneek. Die koren hadden dezelfde dirigent, dus soms kwam een jongetje uit Sneek in Roden meezingen. Zoals Jitze.’

Twan vult aan: ‘En Sofia zat bij Wilko op school.’ Wilko: ‘Dat was een soort muzikale school, waar wij vrijstelling kregen om wat dingen te doen op de vooropleiding van het conservatorium. Daar kwam ik erachter dat Sofia ook al haar halve leven zingt.’ Sophia volgt momenteel het Practicum Musicae aan het conservatorium in Den Haag, bedoeld voor universitaire studenten die ook veel met muziek bezig zijn.

Jitze: ‘Ik zat al op het conservatorium en Twan en Wilko kwamen daar ook studeren. Lang verhaal kort: vorig jaar maart gooide corona roet in ons zangleven. Wij dachten: hoe kunnen we nu alsnog met een kleiner clubje samen zingen? Dat kan met vier stemmen iets makkelijker dan met een heel koor. We vroegen Sophia erbij en we hebben een paar middagen wat stukken uitgeprobeerd. Eén van de eerste stukken was Ave verum corpus, die we ook in de finale zingen. Het klikte goed en we zijn ook vrienden van elkaar, dus dat is hartstikke leuk.’

Dat klinkt alsof ze ook na de Nationale Finale samen blijven zingen. Wat zijn de plannen? Jitze lacht: ‘We waren eigenlijk van plan om zelf een concert te organiseren, maar dat hoeft nu niet meer, want we hebben ook een concertprijs gewonnen! Dus dat wordt sowieso onze volgende mijlpaal.’ In dit stadium proberen de vier veel verschillende stijlen uit. Wilko: ‘Wellicht gaan we ook meer crossover-dingen doen, als we een eigen concert organiseren. Ons publiek is nu nog redelijk beperkt tot vrienden en kennissen, en die lokken we wat makkelijker met nieuwere dingen.’

Wat vonden zij eigenlijk van het online concours dit jaar? Sophia: ‘Ik denk dat het in dit stadium een voordeel is dat het allemaal heel mooi in beeld gebracht wordt. Iedereen die dat wil, kan precies zien wat wij aan het uitspoken zijn! Bij een live finale is er maar een beperkt aantal mensen dat erbij kan zijn. Verder hebben we vooral nadelen ervaren. Je wilt gewoon voor publiek zingen, voor echte mensen.’

Jitze: ‘Je kunt opnames perfectioneren, tot in de kleinste details, maar dat brengt ook frustratie en vermoeidheid mee. Met publiek erbij krijg je ook energie terug, misschien een applausje tussendoor, zodat de spanning even weg is. Bij een live concert zouden we een toelichting geven of een grapje maken, dan is het ijs meteen gebroken. Dat mis ik nu heel erg.’ Twan: ‘Maar het heeft ook voordelen. Je weet niet wat de toekomst brengt, maar je doet zo in ieder geval ervaring op met het maken van filmpjes.’ In koor: ‘Daar zijn we echt heel goed in geworden!’

De vier zijn unaniem over hun muzikale dromen. ‘Kleine zaal Concertgebouw. Of de grote zaal! Op langere termijn willen we natuurlijk meer bekendheid en dat we meerdere concerten kunnen geven in een jaar. Op mooie locaties in binnen- en buitenland. Met inspirerende muzikanten, dat ook, instrumentalisten op luit, klavecimbel, piano.’ Ze blijven elkaar aanvullen. Dat komt vast wel goed.

Norea Quirijnen (16 jaar, Zutphen) speelt altviool. Ze heeft twee grote dromen: een eigen strijkkwartet en studeren in Wenen of Rusland. Dat laatste heeft alles te maken met een bijzondere ontmoeting. Een aandenken daaraan bewaart Norea in haar vioolkoffer.

In 2019 behaalde Norea al een eervolle vermelding in de Halve Finale. Had ze verwacht dat ze de Nationale Finale zou bereiken? ‘Nee, eerlijk gezegd wist ik ook niet dat ik meteen naar de finale ging. Ik dacht eerst dat het de halve finale was. Maar het gaat dit jaar natuurlijk anders.’ Zelf vindt Norea het fijner om live voor andere mensen te spelen. ‘Dan krijg je energie terug. Toch denk ik dat het voor veel mensen goed is om een keer zo’n opname te maken, in deze nieuwe wereld. Ik had al eerder wat opnames gemaakt, dus ik was al een beetje gewend om voor lege zalen te spelen,’ lacht ze.

Norea zit op een internationale school in België. Daar combineert ze ‘gewoon’ onderwijs met een muziekstudie. ‘Dat is wel lastig om te combineren, als ik heel eerlijk ben. Het heet Musica Mundi en het is in Waterloo. De school zit in een soort oud landhuis. Er zijn maar 37 studenten en die worden dus allemaal opgeleid in muziek, maar je kunt ook nog iets daarnaast doen als je dat wilt. Je wordt opgeleid voor de muziekwereld, maar je haalt wel een diploma. Dus je kunt daarna bijvoorbeeld ook scheikunde studeren.’

Wat gaat ze als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Eigenlijk wel een goede vraag, het is al zo lang geleden! Mijn school ligt vlakbij Brussel, dus ik denk dat ik een dagje naar Brussel zou gaan om iets leuks te doen. Of vrienden opzoeken, naar een zwembad gaan, of naar een meer in de zomer. Weer normaal onder de mensen zijn, zonder al die mondkappen.’

En als we dan nog verder in de toekomst kijken: welke muzikale droom heeft Norea? ‘Ik heb eigenlijk twee dingen, als dat mag.’ Natuurlijk, droom groot! ‘Ik wil heel graag in een vast strijkkwartet spelen en overal concerten geven. Dat is wel een hele grote droom van mij. Al sinds ik heel klein ben, heb ik altijd de droom gehad om in Wenen of Rusland te studeren. Toen ik acht was, kwam er een Russisch orkest naar Nederland. De leden gingen kleine kinderen korte lesjes geven om hen voor het instrument te interesseren. Ik werd toen helemaal verliefd op de viool. Van de Russische vrouw die mij mijn eerste vioolles gaf, kreeg ik een klein knuffeltje. Zij had in Wenen en Rusland gestudeerd en van een docent dat knuffeltje gekregen. Zij gaf het aan mij en ik bewaar het knuffeltje nog steeds in mijn vioolkoffer. Uiteindelijk hoop ik het ook door te geven.’