Klassiek concours

Finalisten, avond III

Maak kennis met de finalisten van uitzending III 

  • Hier vind je info over uitzendavond III
  • Hier vind je info over de Nationale Finale

Lilianne Vossen (14 jaar, Amsterdam) wil later graag een stuk van haar opa spelen, een ‘toch wel beetje beroemde’ Georgische componist en pianist. Ze hoopt dat haar pianospel hem ook trots zal maken. Uiteindelijk wil Lilianne zich vrij voelen in haar spel en in een mooie zaal spelen.

Lilianne: ‘Dit is de eerste keer dat ik meedoe. Ik weet eigenlijk niet hoe het normaal gesproken gaat, maar alles is heel goed geregeld. Je wordt goed begeleid en het is allemaal heel leuk. Het is een bijzondere ervaring.’ In de regiofinale heeft Lilianne een masterclass gewonnen bij een Nederlandse musicus. Weet ze al bij wie ze die wil volgen? ‘Ik denk dat ik die ga volgen bij mevrouw Mila Baslawskaja. Zij heeft me ook geholpen met het inzenden van de video.’

Als Lilianne moet kiezen, zou ze dan liever spelen voor haar docent of voor publiek? ‘Oeh, dat is een moeilijke. Ik denk voor publiek, omdat je dan echt het verhaal kan vertellen aan meerdere mensen en dat is wel het doel.’ Uiteindelijk zou ze wel in een mooie zaal willen spelen, met een goed orkest. ‘Dat ik me vrij kan voelen in mijn spel. En dan… losgaan!’ lacht ze.

Wat gaat ze als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Met vrienden afspreken, een beetje op vakantie, dat zou wel leuk zijn. En natuurlijk weer normale concerten en dat ik weer les kan hebben op het conservatorium op een echte vleugel. Ja, dat mis ik wel een beetje.’

Op de vraag of er iemand is die zij bewondert, geeft Lilianne een bijzonder antwoord. ‘Ik ben half Georgisch en mijn opa – de vader van mijn moeder – was in Georgië een groot componist en ook pianist. Ik heb hem niet gekend, maar mijn moeder vertelt altijd verhalen over hoe hij was. In Georgië was hij wel een beetje beroemd, ja. Hij heeft veel stukken geschreven, niet alleen voor piano, maar ook voor andere instrumenten. Ik wil later ook één van zijn stukken kunnen spelen. Voor hem doe ik het wel een beetje, om hem trots te maken.’

 

Francisca Galante (17 jaar, Weesp) vindt de klank van de altviool de mooiste die er is. Een jaar geleden verhuisde ze van Lissabon naar Amsterdam om daar aan het conservatorium te studeren. Dit bevalt haar goed. Alleen het samenspelen in een groot orkest, dicht bij elkaar, mist zij heel erg.

Tijdens de repetitie voor de finale speelde Francisca voor een paar mensen, omringd door camera’s. ‘Het was superleuk! In het begin was het wel overweldigend met de camera’s en het licht, want ik had nog niet eerder zoiets gedaan, maar het was een goede ervaring. Ik speel meestal met mijn ogen dicht. Dat is beter voor mijn concentratie en om te focussen op mijzelf en mijn altviool. Dus het was niet moeilijk om de camera’s te vergeten.’

‘De klank van de altviool is het mooiste geluid dat er is,’ zegt Francisca. ‘Ik werk nog steeds aan een betere klank, maar het is zo diep en zo zoet….’ Haar moeder geeft muziekles aan baby’s en kinderen en nam de kleine Francisca als baby al mee. Op haar derde begon ze met viool, maar na een paar jaar switchte ze naar altviool. Nu studeert ze aan het Conservatorium van Amsterdam. ‘Ik ben gefascineerd door deze stad en de altvioolklas heeft een heel hoog niveau. Ook het klimaat op het conservatorium is fantastisch. Iedereen helpt elkaar, niemand oordeelt. Dat is de beste manier om jezelf te verbeteren en te groeien als musicus.’

In Portugal speelde Francisca altijd in een orkest. ‘Ik mis vooral dat je dicht bij elkaar kunt zitten in de altvioolsectie. Als er nu samengespeeld wordt, zit iedereen ver van elkaar en heeft iedereen zijn eigen lessenaar. Dat is echt anders dan wanneer je samen van hetzelfde blad leest. Het delen van dezelfde gevoelens, dat mis ik erg. Op een dag wil ik in een grote concertzaal spelen, waar veel mensen komen luisteren die genieten van mijn spel. Ik wil graag een groot publiek bereiken en emoties overbrengen.’

Zijn er ook voordelen aan een online concours? ‘Ik denk dat er nu een groter bereik is via social media dan wanneer het live was geweest. En dat is goed! Veel meer mensen krijgen nu de mogelijkheid om te luisteren naar onze muziek. Of het voordelen heeft voor mezelf? Ik houd erg van spelen voor publiek. Om dan na afloop de blije gezichten van de mensen te zien. Spelen voor de camera is niet iets dat mijn voorkeur heeft, maar nu is het wel een kans. Misschien gaat deze opname wel mijn leven veranderen!’

 

Christiaan Blom (12 jaar, Hendrik-Ido-Ambacht) had een grote rolkoffer met fluiten meegenomen naar de repetitie voor de finale. Zijn speciale blokfluittas was hij vergeten, maar gelukkig ging het inspelen toch goed. Christiaan mist het optreden heel erg. ‘Hopelijk gaat corona ooit over. Dan wil ik weer een keer live kunnen optreden, met echt publiek!’

In de video die Christiaan heeft ingestuurd, is te zien dat hij een blokfluittas bij zich draagt. ‘Ik had mijn nette kleding en mijn tasje klaargelegd, maar die ben ik dus vergeten. In principe speel ik altijd met de tas, want als ik de fluiten ergens op leg, rollen ze er constant af. Volgens mij had ik mijn tasje voor het eerst tijdens de finale van het Concertgebouwconcours. Toen wilde ik heel snel van fluit kunnen wisselen en ik was bang dat er geen pianokruk was waar ik alles op kon leggen. Daarom heb ik een tasje gekocht bij de Hornbach. Daar had ik een extra knoop in laten zetten door een schoenmaker en toen pasten mijn fluiten erin.’

Handig! Zijn er meer blokfluitisten die dat zo doen? ‘Niet dat ik weet,’ lacht Christiaan.

Met welke musicus of orkest zou hij graag eens willen optreden? ‘Ik zou heel graag samen met Lucie Horsch willen spelen. Zij is ook blokfluitiste en ik vind haar erg goed spelen. Ik vind haar ook heel aardig. Zij geeft me bijvoorbeeld tips voor blokfluiten, als ik een nieuw instrument moet aanschaffen.’ Christiaan heeft het druk met muziek. Hij speelt ook piano en een klein beetje dwarsfluit, maar de meeste tijd naast zijn schoolwerk gaat naar de blokfluit. ‘Voor de rest heb ik niet zoveel hobby’s, want met school is het de laatste tijd heel druk met toetsweken en huiswerk. Een deel is op school en een deel is thuis. Dat is wel irritant, maar het is beter dan helemaal geen les.’

Uiteindelijk wil Christiaan vooral veel optreden, liefst in het buitenland. ‘Het is wel echt mijn droom dat ik professioneel blokfluitist word, dat ik op het conservatorium ga studeren en dat ik met orkesten mag spelen in het buitenland! Er zijn veel plekken waar klassieke muziek erg leeft en er zijn veel mooie concertgebouwen over de hele wereld. Bijvoorbeeld het concertgebouw van Wenen en er is er ook een mooie in Lapland. Ik wist niet dat daar überhaupt een concertzaal was. Hopelijk gaat corona ooit over. Dan wil ik weer een keer live kunnen optreden, met echt publiek!’

 

Zara le Clercq (18 jaar, Haarlem) Alice van Binsbergen (17 jaar, Amsterdam) en Jertil Oláh (17 jaar, Hilversum) vormen Trio Fidélité met piano, viool en cello. Ze werden door hun docenten op het conservatorium aan elkaar gekoppeld. Dat bleek een gouden greep, want ook op persoonlijk vlak klikt het goed.

Alice: ‘We hebben elkaar leren kennen op de Sweelinck Academie, de jong talentafdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Wij zijn daar samen in een ensemble geplaatst. Dat vonden we meteen heel leuk. De docenten bedenken dan een indeling voor nieuwe ensembles, die kijken wie qua klank en leeftijd goed bij elkaar passen.’ Zara: ‘Toen dachten we: het Prinses Christina Concours komt er weer aan, misschien is het leuk om ergens naartoe te werken? We besloten mee te doen.’

De drie vonden bij toeval het Pianotrio van de minder bekende componiste Germaine Tailleferre. Alice: ‘Mijn vader was aan het scrollen op internet. Hij vond dat stuk en liet het mij horen, zo van: dit is echt supermooi, onthouden om ooit te kunnen spelen. Het leek mij leuk om dit met het trio te spelen. Heel anders dan wat we al hadden gedaan.’ Zara vult aan: ‘Wij vonden het ook meteen heel mooi klinken.’ Jertil: ‘Ik dacht eerst: waar gaat dit naartoe? Al die lijnen. Maar uiteindelijk snapte ik het wel.’ Zara: ‘Als je het voor de eerste keer hoort, klinkt het abstract. Het is daardoor wel een leuke uitdaging.’

Met welke beroemde musicus zouden de ensembleleden ooit graag willen samenspelen? Zara: ‘Ik dacht zelf meteen aan Mischa Maisky. Dat zou wel heel gaaf zijn; hoe hij muziek maakt!’ Jertil: ‘Vind je hem ook de beste cellist?’ Zara: ‘Weet ik niet, maar ik vind hem wel inspirerend. Lastig, dit!’ Alice: ‘Ik denk met Janine Jansen. Ik vind haar enorm inspirerend en ook de manier waarop zij samenspeelt, haar lichaamshouding en muzikale ingevingen, die vind ik heel mooi.’ Jertil: ‘Ik denk aan een cellostuk voor twee cellisten, met Rostropovich. Dat lijkt me wel echt heel gaaf. Ik vind hem zo mooi spelen, alle lijnen die hij doet. Dan wil ik dat eigenlijk ook leren door met hem samen te spelen.’

Wat zouden ze als ensemble willen bereiken op muzikaal gebied? Zara: ‘Dat je zo goed op elkaar bent ingespeeld, dat je elkaar helemaal aanvoelt, qua klank en muzikaal gezien. Als dat goed gelukt is bij ensembles, vind ik dat heel bijzonder.’ Alice: ‘Dat je elkaar heel goed leert kennen en weet hoe iemand speelt. Wij zijn vrij nieuw met elkaar, maar wij klikken buiten het spelen persoonlijk ook goed. Ik begin nu steeds meer te begrijpen hoe iedereen speelt en hoe je een mooie klank krijgt met elkaar.’ Jertil: ‘Het spelen wordt ook steeds leuker met elkaar.’

Alice: ‘Het is heel gezellig, we hebben altijd de slappe lach. Plezier hebben is ook een doel.’ Zara: ‘Uiteindelijk is dat ook heel belangrijk voor de muziek.’

 

Thomas Prchal (16 jaar, Utrecht) speelt cello én componeert. Hij speelt regelmatig zijn eigen composities, maar voor de Nationale Finale koos hij een sonate van Ligeti. Als hij echt zou moeten kiezen, wordt het dan componeren of cellospelen?

‘Het was supergaaf om in Gasthuis Leeuwenbergh op te treden. Extra leuk ook om weer een concert te geven, ondanks dat er geen publiek was. Weer eens wat anders dan voor je ouders spelen, want dat doe ik bijna elke dag,’ vertelt Thomas. Hij won al eerder prijzen bij het Prinses Christina Compositie Concours. ‘Al heel jong ben ik begonnen met improviseren en componeren, en ik voer ook vaak mijn eigen composities uit. Ik heb het gevoel dat het publiek mij beter leert kennen als ik een eigen stuk speel. Dat is ook wel een doel, om je persoonlijkheid laten zien, en mensen waarderen dat vaak. Daarom kies ik er meestal voor om eigen composities te spelen. Maar voor dit concours wilde ik als cellist optreden met een repertoirestuk.’

Als Thomas écht zou moeten kiezen, gaat hij dan voor componeren of cellospelen? ‘Ja, jeetje… ik denk dat ik dan toch voor cellospelen kies, want muziek maken is toch wel speciaal. Als ik alleen zou componeren, zou ik nooit zoveel spelen, behalve een beetje op de piano pingelen. Zonder muziek maken word ik denk ik heel ongelukkig. Maar eigenlijk wil ik natuurlijk allebei doen!’

Is er ook iets anders waar hij heel blij van wordt? ‘Het componeren natuurlijk en op school vind ik geschiedenis heel interessant. Voornamelijk als je verbanden ziet tussen de geschiedenis en wat er nu gebeurt, daar kan ik heel enthousiast van worden. Ook vind ik reizen heel leuk, en vliegen! Vroeger wilde ik ontzettend graag piloot worden. Toen ik een jaar of vijf was en we gingen met het vliegtuig, kwam ik altijd in mijn pilotenpak. Dan werd er weleens omgeroepen: ‘wil piloot Thomas naar de cockpit komen?’ Nu is dat officieel verboden, maar toen mocht ik tijdens de vlucht even kijken. Mensen vroegen dan: oh, jij wil piloot worden? Dan zei ik: nee, ik bén al piloot! Ik was dus heel erg gepassioneerd en daar is zeker nog wat van over, alleen is vliegen helaas ontzettend slecht voor het klimaat. Ik hoop dat ze op een gegeven moment een duurzame oplossing vinden. Piloot worden kan niet meer, want ik heb op school een cultureel pakket gekozen en daar moet je natuurkunde voor kunnen. Wie weet kan ik ooit nog mijn vliegbrevet halen,’ lacht Thomas. ‘Maar wel onder de voorwaarde dat het niet schadelijk is voor het klimaat, anders vind ik het niet zo’n goed idee.’

Wat gaat Thomas als eerste doen zodra corona voorbij is? ‘Ik mis wel echt een goede, leuke zomercursus. Met veel mensen. Kamermuziek maken mis ik ook heel erg. Dat heb ik wel een beetje gedaan, maar dat voelt nu echt anders. Dan moet je na de repetitie meteen weer weg en zo min mogelijk contact hebben. Dus met een groep weer muziek maken, ergens naartoe reizen en dan voor een volle zaal spelen!’

 

Michelle Kumara (13 jaar, Den Haag) begon op vierjarige leeftijd met vioolles. Nu droomt ze van optreden in het Concertgebouw, of misschien wel in het buitenland met een heuse wereldtournee. Zolang ze maar voor publiek kan spelen, dat is het belangrijkste.

Hoe was het om te repeteren voor de finale, voor alle camera’s? ‘Het ging heel goed! Ik raakte er meer aan gewend, terwijl ik aan het spelen was. Soms doe ik ook mijn ogen dicht, dus dan merk ik bijna niet dat de lichten en camera’s er zijn.’ Michelle vindt dat een online concours zeker voordelen heeft. ‘Als het even niet goed gaat, kun je het weer opnieuw doen. Dat is wel fijn. Ook ben ik minder zenuwachtig, want je speelt niet echt voor de jury. Ja, je speelt uiteindelijk wel voor de jury, maar dat merk je minder.’

Als Michelle moet kiezen, zou ze dan liever spelen voor haar docent of voor publiek? ‘Je docent kan toch ook in het publiek zitten?’ Dat is helemaal waar…Michelle vervolgt: ‘Publiek is leuk, dus ik zou voor publiek kiezen. Want je hebt al vaker voor je docent gespeeld en die weet dan al hoe het eruit ziet. Als je voor publiek speelt, kun je het ook echt aan de wereld laten zien.’

Dat laatste zou natuurlijk geweldig zijn. Michelle droomt voorzichtig van een ‘wereldtour-achtig iets’. Of het Concertgebouw in Amsterdam. Een mooie ontwikkeling, die begon met een proefles bij het CKC Zoetermeer. Michelle vertelt dat ze daar op haar vierde naartoe ging, samen met Marcel Sutedja. Leuk detail: Marcel speelt ook viool en won een tweede prijs op het regioconcours in Rotterdam.

En zou ze dan liever willen optreden in concertkleding of in haar dagelijkse outfit? ‘Het gevoel van een concert geven heb ik wel meer in concertkleding, maar het is wel chiller in normale kleding. Als ik al een tijdje heb gespeeld in concertkleding, voel ik al niet meer dat het concertkleding is. Dan ben ik er al aan gewend en voel ik me tijdens het spelen net zo prettig als in normale kleding.’