Bijlage reglement Compositie 2017

BIJLAGE BIJ HET REGLEMENT VAN HET PRINSES CHRISTINA COMPOSITIE CONCOURS 2017

Bezetting

Als deelnemer aan het Prinses Christina Compositie Concours kun je kiezen om een compositie te schrijven voor een door jezelf bedachte bezetting of voor een instrument dat jezelf speelt. Maar je kunt ook schrijven voor een ensemble bestaande uit klarinet, cello, piano, slagwerk en zang. Deze musici zijn oud-prijswinnaars van het Prinses Christina Concours die zelf de deelnemende composities zullen uitvoeren die voor hen geschreven zijn. Je kunt een compositie schrijven voor één van de instrumenten van het ensemble, of voor iedere denkbare combinatie van twee tot vijf instrumenten.

Het kan zijn dat je benaderd wordt door de leden van het ensemble als je compositie niet duidelijk genoeg is of als je compositie niet uitvoerbaar is voor hun instrumenten. Ze kunnen je dan tips geven om je compositie aan te passen. Misschien weet je al precies wat op de instrumenten mogelijk is, maar hieronder zijn nog wat tips en ideeën voor de verschillende instrumenten te vinden.

Als je een van de concerten van het Trio Burlesco, slagwerker Ramon Lormans of zangeres Sterre Konijn wilt bijwonen om meer te weten te komen over de klank of klankcombinaties, neem dan contact op met de musici via hun website: www.trioburlesco.nl, www.ramonlormans.nl, www.sterrekonijn.nl

Tips voor het componeren voor deze instrumenten vind je verderop in deze bijlage.

Thema ‘50 jaar Prinses Christina Concours’

Deelnemers mogen daarom een compositie schrijven met het thema: “50 jaar Prinses Christina Concours”. Er wordt een speciale prijs ingesteld voor deze categorie composities.

Hoe componeer je over een bepaald thema?
Wanneer je muziek voor een bepaald thema schrijft kun je als componist je natuurlijk op allerlei manieren door zo’n thema laten inspireren en het thema in het stuk verwerken. Zo zou je met dit thema ervoor kunnen kiezen echte feestmuziek te schrijven. Laat je fantasie de vrije loop!

Tips voor het componeren voor de verschillende instrumenten

CELLO

De cello is de tenor en de bas van de strijkers. Het is een heel expressief instrument met een zangerige klank.

De cello is in kwinten gestemd en heeft vier snaren: a-d-G-C. De omvang is C- ongeveer g2. Tot de a boven de centrale c kun je probleemloos schrijven. Daarboven kan ook, maar het wordt dan voor de speler al een stuk lastiger. De cellopartij wordt in het algemeen geschreven in de f-sleutel /bassleutel, voor hoge tonen wordt soms de tenorsleutel en soms de g-sleutel/vioolsleutel gebruikt.

Behalve gebonden (legato) streken is het ook mogelijk tonen van elkaar gescheiden te spelen, bijvoorbeeld:
Staccato: de tonen worden op een streek gespeeld, doch los van elkaar (aangeduid door een boog met stippen).
Spiccato: in tegenstelling tot staccato wordt bij spiccato met korte streken gespeeld. Na iedere streek springt de stok door zijn eigen elasticiteit terug.
Pizzicato: de snaren worden getokkeld met de eerste vinger van de rechterhand. Let wel op dat dit niet al te snel kan gebeuren. Wanneer na een pizzicatogedeelte weer gestreken moet worden wordt dit aangegeven door “arco” (=strijkstok).

Ook zijn er andere klanktypes mogelijk, bijvoorbeeld:
Met demper: door op de kam van de cello een demper te plaatsen wordt het overbrengen van trillingen geremd, waardoor de toon gedempt wordt (con sordino).
Op de toets: wanneer de snaren worden aangestreken op het deel dat boven de toets ligt wordt de klank wollig (sul tasto).
Bij de kam: geeft een tintelende/krasserige toon (ponticello).
Col legno: betekent dat met het hout van de strijkstok op de snaren getikt (battute) of gestreken (tratto) moet worden. Dit doen strijkers meestal niet zo graag, omdat het niet zo goed voor de strijkstok is.
Glissando: bij glissando glijdt de vinger van de ene noot naar de andere noot over de snaar terwijl gestreken wordt.
Ook kun je voorschrijven of iets met of zonder vibrato wordt gespeeld. Met vibrato spelen is de norm. Ook flageoletten (fluittonen) behoren tot de mogelijkheden. Dit doe je door op bepaalde plekken op de snaar de linkerhand licht in te drukken. Een ingewikkeld verhaal waar je je wel goed in moet verdiepen voordat je ze wilt gebruiken.

Dubbelgrepen (twee tonen tegelijk) zijn mogelijk mits de afstand tussen de tonen met de hand te pakken is, en de twee naast elkaar liggen. Bedenk altijd waar de twee tonen op de snaren gespeeld worden. Ook akkoorden zijn mogelijk op een cello, mits de tonen tegelijk met de hand te grijpen zijn. Wel wordt het akkoord altijd gebroken, dat wil zeggen dat de tonen na elkaar gespeeld worden.

KLARINET

De klarinet is een veelzijdig en virtuoos instrument, die mooie melodieën kan spelen, maar ook snelle noten en grote sprongen zijn geen probleem.

De klarinettenfamilie is groot. Arno heeft een bes- en een a-klarinet. Op de bes-klarinet is het zo dat een geschreven c als een bes klinkt (notatie een grote seconde hoger dan de klank), en op een a-klarinet klinkt die c als een a (notatie een kleine terts hoger dan de klank). Ze hebben ook een verschillende klankkleur: een a-klarinet klinkt iets warmer
en donkerder en een bes-klarinet is iets directer.
Gebruikelijk is voor een toonsoort met mollen de bes-klarinet te gebruiken en voor een toonsoort met kruizen de a-klarinet. De laagste noot op de klarinet is een geschreven e, en hoe deze e klinkt hangt dus af van welke klarinet er wordt gebruikt (zie hierboven). Verder kan de klarinet ook tot heel hoog spelen, een g’’’ kun je probleemloos schrijven.

De klarinet heeft drie mooie registers met een eigen timbre. In het laagste register van de klarinet kan het instrument ongelooflijk zacht. Het is niet zo handig om extreem zacht te schrijven in het allerhoogste register, dit register klinkt namelijk helder.
Hou er rekening mee dat een klarinet een blaasinstrument is en dat de
bespeler wel af en toe lucht moet kunnen inademen.

Trillers en tremolo’s kunnen goed op een klarinet. Tremolo’s met een groot interval zijn moeilijker. Ook een glissando behoort tot de mogelijkheden, hoge zijn gemakkelijker dan lage. Glissandi kunnen eigenlijk alleen naar boven.

Op cello en piano kun je prima meerdere noten tegelijk spelen. Op
klarinet kan het ook, multifonics heet dat dan en dat klinkt heel typisch en bijzonder, maar niet als twee evenwaardige noten. Als je dit wilt gebruiken, verdiep je daar dan goed in.

PIANO

De piano heeft een enorm bereik: van A2 tot C’’’’’. In het laagste register is er voor elke toets een snaar, voor een aantal hogere voor elke toets twee snaren, daarboven voor elke toets drie snaren. Op de snaren liggen dempers, die verhinderen dat een snaar doorklinkt, wanneer de toets na de aanslag wordt losgelaten. Een aantal van de hoogste snaren heeft geen dempers, omdat deze toch nauwelijks doorklinken. Door het rechterpedaal neer te drukken worden alle dempers van de snaren opgelicht, waardor de tonen blijven doorklinken, ook als de toetsen worden losgelaten. In vele pianocomposities wordt voor het gebruik van het rechterpedaal geen aanwijzingen gegeven. De meest voorkomende voorschriften zijn “ped “ en “con ped”. Soms geeft de componist te kennen dat hij geen pedaalgebruik wenst door de toevoeging “senza ped.” Wanneer het linkerpedaal van een vleugel wordt neergedrukt worden het klavier en de gehele hamermechaniek zoveel naar rechts verschoven dat de hamers in plaats van twee snaren één aanslaan en in plaats van drie snaren twee, waardoor de klank zachter wordt (una corda). Op de vleugel is het derde pedaal het sostenutopedaal, dat alle snaren door laat klinken waarvan de toets is ingedrukt op het moment dat het pedaal wordt ingedrukt.

De piano speel je met twee handen, die kunnen goed twee verschillende stemmen zijn. Denk bijvoorbeeld aan melodie en begeleiding, of een baslijn en de andere hand speelt akkoorden. Wat goed werkt op de piano zijn arpeggio’s, gebroken akkoorden met pedaal. Een melodie kan je goed in octaven spelen (dat kan met één hand) mits het tempo niet te hoog ligt.

In principe speel je de piano met de toetsen, maar je kan natuurlijk creatief zijn met de complete vleugel. Zo is het ook mogelijk de snaren van de piano te gebruiken. De pianosnaren kunnen bijvoorbeeld met de hand getokkeld worden. Een aantal aanwijzingen die ik wel eens ben tegengekomen zijn:
Druk de toets in zonder geluid te maken. Tokkel de snaar met je vingernagel. Stop de snaar af met je vinger voor de demper. Strijk de snaren met je hand.

Wil je een speciaal effect gebruiken, maak dan een goede beschrijving wat je verwacht en welk symbool je daarvoor in de partituur gebruikt.

SLAGWERK

Ramon neemt een enorme keur aan slagwerkinstrumenten mee, je kan kiezen uit de volgende instrumenten:

– 5 oktaafs marimba
– vibrafoon
– 2 bongo’s
– 1 cymbal
– 2 tomtoms
– wind gong
– wind chimes
– 2 woodblocks
– 2 metalen staven

Bij het kiezen van de instrumenten die je wilt gebruiken voor je compositie is het belangrijk jezelf goed voor te stellen hoe groot de instrumenten zijn, hoe ze neergezet worden en hoe groot de te overbruggen afstanden zijn. Je kunt op internet of in een instrumentatieboek extra informatie zoeken (een plaatje geeft vaak al een goed beeld), maar hier worden alle instrumenten alvast even kort beschreven.

De marimba bestaat uit een aantal houten staven die in dezelfde volgorde geplaatst zijn als de toetsen van de piano. Het bereik is van een lage c tot c’’’’. Het meest gebruikelijk is te spelen met 4 stokken. Melodielijnen worden gespeeld verdeeld over een stok in elke hand, of heel soms verdeeld over alle vier de stokken.
Er zijn een heleboel verschillende stokken. Harde stokken produceren in het hoge register een bijna xylofoonachtige klank, in het lage register is het juist heel scherp en zou zelfs de toetsen kunnen beschadigen. Zachte stokken halen de diepe klanken van de basnoten mooi naar boven, maar spreken juist helemaal niet in het hoge register. Heb je een bepaalde stok of klank in gedachten, benoem dan precies waar je naar zoekt en de slagwerker kiest de beste stok ervoor uit.
Het geniet de voorkeur de marimbapartij net als voor piano over twee notenbalken te noteren. Wil je nog meer weten, kijk dan eens op: http://www.nancyzeltsman.com/memo-to-composers.html

De vibrafoon onderscheidt zich van de marimba doordat de staven niet van hout zijn, maar van een soort metaal, dat een pure maar weke klank geeft. Ook heeft de vibrafoon een motor waarmee hij de geluidsgolven beinvloedt, er ontstaat een golving in de toon, een soort vibrato. Je kunt aangeven of je de motor aan of uit wilt hebben. En de vibrafoon heeft net als de piano een pedaal waarmee de tonen kunnen blijven liggen, hierdoor kan je goed legato spelen of mooie akkoorden opbouwen.
Het bereik van de vibrafoon is van f tot f’’’.

Bongo’s komen altijd per twee en worden meestal met de hand bespeeld, maar het kan ook met stokken of brushes. Ze zijn niet gestemd, maar de een is wel hoger dan de ander.

Cymbal is het bekende bekken. Met een houten stok heeft het een duidelijke attack, maar met een zachte stok kun je goed roffels uitvoeren met crescendo. Ook kun je op verschillende plekken van het bekken slaan: op de kop, in het midden en op de rand.

2 Tom-toms komen net als bongo’s in paren en zijn ook niet echt gestemd, de een is wel hoger dan de ander. Ze kunnen fantastisch door allerlei soorten stokken worden gespeeld, en ze kunnen van heel hard en fel tot zacht en poetisch.

Wind Gong is een platte gong, en wordt met een grote stok in het midden aangeslagen. Perfect voor een harde slag, de nagalm absorbeert veel klank van de andere instrumenten. Zacht kan ook en is dan minder dominant. Ook een crescendo is heel sterk.

Wind Chimes ken je vast wel: die hangen bij sommige winkels voor de deur – een setje kleine metalen pijpjes die fijn tingelen als je (of de wind) er langs strijkt. Zijn perfect voor een mysterieuze sfeer, maar kunnen bij overmatig gebruik ook vervelend worden.

2 Woodblocks zijn ook niet gestemd, maar de een is wel hoger dan de ander. Ze geven een scherp en vrij hoog geluid, in type geluid is er niet veel variatie, maar ze zijn wel erg verrassend qua volume. Je kunt er goed een onverwachte tik mee uitdelen, maar ook zacht regenachtig tikken, een specht imiteren, crescendo en diminuendo.

2 Metalen Staven zijn een soort metalen woodblocks, klinken klokachtig, maar zijn weinig flexibel in klank en dynamiek.

De slagwerker weet meestal het best welke stokken het beste werken voor een bepaald effect. Je kunt vaak goed voorschrijven welke klank je wilt, of harde of zachte stokken, en dan kiest Ramon wel de specifieke stokken uit. Uiteraard mag je wel aangeven welke stokken je wilt gebruiken als je daar een idee over hebt.
Vaak moet de slagwerker ook wisselen van stokken, voor het ene instrument zijn er andere stokken beter dan voor het andere, en dan heeft hij even tijd nodig. Probeer hier rekening mee te houden tijdens het componeren, door je voor te stellen welke handelingen hij moet verrichten.
Tot slot kan niet genoeg benadrukt worden dat articulatie en frasering van groot belang is voor de slagwerker, hierdoor gaat de muziek leven en kan de slagwerker precies de juiste aanslag en stokken kiezen.

ZANG

De stem is heel persoonlijk; iedereen klinkt anders en iedereen kan andere dingen. Maar sommige dingen zijn algemeen en handig om te weten.

Je kunt de stem een tekst geven, ofwel er een ‘vocalise’ van maken. In het laatste geval gebruik je alleen maar klinkers. Als je een tekst gebruikt, let er dan op dat de zinnen corresponderen met de muzikale zinnen, en de woordaccenten corresponderen met muzikale accenten. Je kunt er natuurlijk wel expres van afwijken.
Hoe hoger je zingt, hoe meer de klinkers op elkaar gaan lijken (alles wordt op een bepaald moment een soort aaah) Dus als je de tekst op hoge noten moet uitspreken, zal het iets minder verstaanbaar worden, en ook iets moeilijker voor de zanger.

Er zijn talloze soorten klanken mogelijk, waardoor je veel verschillende sferen kan creëren. Een paar voorbeelden:
Zacht en ‘met lucht’: dat klinkt een beetje hees, er komt adem met de toon mee. Dat kan heel zwoel klinken, of juist heel lief, of juist dreigend.
Zacht zonder lucht: dan is de stem zacht maar helder
Borststem: dat is hard en stoer. Dit wordt veel gebruikt in Balkan muziek, flamenco, rock, maar soms ook in klassieke muziek, als het heel dramatisch is. Je kunt er alleen niet zo hoog mee: maximaal tot d2
Je kunt een toon met of zonder vibrato zingen
Je kunt staccato of legato noten zingen.
Je kunt neuriën (maar dan wordt het wel zacht)
Je kunt de tekst zingen of spreken, of iets tussen spreken en zingen in, dat wordt sprechgesang genoemd.
Je kunt een stem ook op percussie laten lijken, door ritmisch te schrijven op bijvoorbeeld de letters s, sj, ts, k, tsj, of je kunt iemand ritmisch laten ademen.

Tot slot heeft iedereen een ander bereik. De laagste noot van Sterre is een a en haar hoogste noot is een c’’’. Het is prettig als het hele stembereik gebruikt wordt, en ook voldoende afgewisseld wordt, het is niet zo comfortabel om heel lang alleen maar hoge noten te zingen.

Agenda

Zondag 28 mei 2017, Business Class

10.30 uur

Zondag 4 juni 2017, Diverse hofjes, Leiden

vanaf 12.00 uur

Maandag 5 juni 2017, Emile van Leenen Piano's, Leiden

vanaf 12.00 uur

Lees meer

Onze hoofdbegunstigers:

ARCADIS-logo-220ARCADIS-logo-220logo_fco
logo kpmg meijburg

Klik hier voor een overzicht van alle begunstigers.